Over Fossielen...


Tip : Zie onderaan deze pagina voor andere artikels over fossielen.

Fossielen : wat zijn dat voor beesten?

Het woord fossiel is afkomstig van het Latijnse ‘fossa’ (groeve), en duidt op de voltooid verleden tijd van opgraven. Men spreekt al van in het begin van de 16de eeuw over fossielen, en toen werd alles wat men opgroef zoals mineralen en archeologische vondsten ‘fossielen’ genoemd, maar doorheen de tijd heeft het een nauwere betekenis gekregen.

Fossielen zijn overblijfselen van oud leven, van het ontstaan van leven op onze Aarde tot aan het Holoceen, onder welke vorm dan ook, kruipsporen, uitwerpselen, schalen, schelpen, beenderen, afdrukken van bladeren, wortelsporen, houtresten, etc. Fossielen zijn dus minimaal 10.000 jaar oud. Het type van bewaringstoestand speelt echt geen rol. De voornaamste chemische samenstellingen zijn echter : calciet, aragoniet, pyriet, fosfaat, koolstof en kwarts, maar ook echte organische moleculen.


Fossiele varen

Fossiele beenderen walvisachtige

Fossilisatie : watte?

Fossielen zijn uiterst zeldzaam. Slechts een uiterst klein percentage van de organismen die we vandaag rondom ons zien zullen ooit als fossielen aangetroffen worden.

Heel wat factoren spelen hierin een rol :

  • samenstelling van het organisme (weekdelen versus harddelen)
  • frequentie van organismen die geleefd hebben (niet steeds rechtevenredig)
  • milieu (ruw, zuurstofrijk-zuurstofarm, ....)
  • sediment (diagenese, ...)

Dit wil echter niet zeggen dat je niet makkelijk fossielen kan vinden, integendeel. Dankzij fossielen krijgen we een idee hoe het leven op Aarde er lang geleden moet hebben uitgezien.


Fossiele haaientand

Een trilobiet

Paleontologie : boeiend!

Paleontologie is de studie van fossielen. Een op zich vrij jonge wetenschap, maar al bedreven van in de 18de eeuw. Het woord is afkomstig uit het Grieks, door samenvoeging van palaios (oud, van vroeger), eon (vervoeging van het werkwoord zijn) en logos (leer, studie). Paleontologen zijn dus wetenschappers die fossielen bestuderen en vormen een brug tussen geologen en biologen. Je hebt immers een grondige kennis van de geologie nodig om wetenschappelijk te verzamelen, en tevens een grondige kennis van de biologie nodig (organismen in onze huidige leefwereld) voor de studie en classificatie van fossielen.

Levende fossielen.

Levende fossielen zijn soorten die men uitgestorven waande, maar toch nog blijken voor te komen (bv. De kwastvinnige vis Coelacanth die al 400 miljoen jaar geleden bestond, en geacht werd uitgestorven te zijn - tot er in 1938 als bij toverslag een levend exemplaar gevangen werd.) of het zijn soorten waarvan de bloeiperiode in het verre verleden ligt.

Fossielen van morgen.

Fossielen van morgen zijn de talrijke dier- of plantensoorten die met uitroeiing of uitsterven bedreigd zijn. De Bengaalse tijger bv. Maar ook onze naaste verwanten, de mensapen.

Pseudofossielen.

Pseudofossielen tenslotte zijn geen fossielen. Vuursteenknollen bv. kunnen een bedriegelijke gelijkenis met allerlei organismen vertonen. Dendrieten, op varens of mos gelijkende figuren die we soms op kalksteen aantreffen, zijn geen afdrukken van planten, maar metaaloxiden die deze vorm hebben aangenomen.