De Vereniging | Activiteiten | Tijdschrift | Foto's | Nieuwtjes  

Natuurbehoud in Vlaanderen...


Natuurbescherming is in ons land een zaak van de gewesten, zodat het Brussels, het Waals en Het Vlaams Gewest een eigen regelgeving hebben uitgewerkt. Voor het Vlaams Gewest zijn drie wetgevingen van groot belang in de natuurbescherming :

  1. Het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening
  2. Het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud
  3. Het bosdecreet van 13 juni 1990
Daarbuiten zijn er nog een aantal meer sectorale natuurbehoudswetten zoals het decreet op de landschappenbescherming, het grinddecreet, het duinendecreet en het jachtdecreet, maar de draagwijdte van deze decreten is beperkter. Van belang is ook de Europese regelgeving omdat het Vlaamse natuurbehoud sterk beïnvloed wordt door Europese richtlijnen (vnml. de EG-Vogelrichtlijn van 1979 en de EG-Habitatrichtlijn van 1990).

1. Ruimtelijke ordening en natuurbehoud

De ruimtelijke ordening speelt een heel belangrijke rol in de natuurbescherming omdat het in de eerste plaats de bestemming van de bodem heeft vastgelegd door middel van gewestplannen. De gewestplannen werden bij KB’s vastgesteld in de periode 1974-1980. Voor het natuurbehoud zijn vooral de groengebieden van belang. Groengebieden zijn bestemd voor het behoud, de bescherming en het herstel van het natuurlijk milieu. Tot de groengebieden behoren de natuurgebieden (op de gewestplannen ingekleurd in het groen met de letter “N”) en de natuurgebieden met wetenschappelijke waarde (op de gewestplannen ingekleurd in het groen met de letter “R”). Daarnaast zijn er nog bosgebieden (op de gewestplannen terug te vinden in een donkergroene kleur en de parkgebieden (op de gewestplannen groen ingekleurd met de letter “P”). Voor al deze groengebieden geldt als algemene regel dat je er niet kan bouwen. Onder zeer strikte voorwaarden kunnen er bijvoorbeeld wel jagershutten of boswachterhutten gebouwd worden, maar woningen of andere infrastructuren zoals wegen zijn er uitgesloten.

Voor het natuurbehoud zijn deze groengebieden van de gewestplannen dus zeer belangrijk omdat ze ervoor zorgen dat deze gebieden gevrijwaard blijven van menselijke bebouwing. In totaal voorzien de huidige gewestplannen in 112.000 ha natuurgebieden, 43.000 ha bosgebieden en 34.000 ha overige groengebieden op een totale oppervlakte van 1.352.000 ha. Let wel op, het feit dat een gebied in de gewestplannen is ingekleurd als groengebied, wil nog niet zeggen dat er ook effectief aan natuurbehoud en –ontwikkeling wordt gedaan. Daarvoor is een meer gebiedsgericht beleid nodig dat is uitgewerkt in het decreet op het natuurbehoud (zie verder). De gewestplannen zijn te raadplegen op www.ruimtelijkeordening.be

De overheid heeft in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (een lange termijnvisie van het Vlaams gewest op de ruimtelijke ordening) als doelstelling geformuleerd om de oppervlakte aan natuurgebieden in de gewestplannen op te trekken van 112.000 ha naar 150.000 ha en de oppervlakte aan bosgebieden van 43.000 ha naar 53.000 ha. Deze gronden zullen worden gezocht in het agrarisch gebied dat momenteel nog 806.000 ha omvat en tegen 2007 zou moeten ingekrompen worden tot 750.000 ha. Het optrekken van de oppervlakte aan natuurgebieden en bosgebieden is ook van belang voor de afbakening van het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) (zie verder).

Ten slotte stippen we nog aan dat het decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening ook een vergunningsplicht invoert voor een aantal handelingen die schadelijk (kunnen) zijn voor het natuurbehoud. Artikel 99 van het decreet zegt dat een stedenbouwkundige vergunning nodig is voor :

  • het kappen van alleenstaande hoogstammige bomen (behalve in woongebieden en industriegebieden)
  • ontbossingen
  • het aanmerkelijk wijzigen van het reliëf van de bodem
Voor het verwijderen van houtkanten en hagen kan het dan weer zijn dat er een natuurvergunning nodig is. Voor meer informatie richt je je best tot de gemeentelijke milieudienst.

2. De natuurwetgeving

Speerpunt in het Vlaamse natuurbehoud vormt het decreet op het natuurbehoud van 21 oktober 1997. Het decreet voorziet in de zgn. “zorgplicht” die geldt voor iedereen : Iedereen die handelingen verricht of hiertoe de opdracht verleent, en die weet of redelijkerwijze kan vermoeden dat de natuurelementen in de onmiddellijke omgeving daardoor kunnen worden vernietigd of ernstig geschaad, is verplicht om alle maatregelen te nemen die redelijkerwijze van hem kunnen worden gevergd om de vernietiging of de schade te voorkomen, te beperken of te herstellen (artikel 14).

In tegenstelling tot de vroegere wet op het natuurbehoud, legt het nieuwe decreet sterk de nadruk op herstel en ontwikkeling van de natuur. Dat komt ondermeer tot uiting in het gebiedsgericht beleid : waar natuurbeheer vroeger beperkt bleef tot de eigenlijke natuurreservaten, voorziet het decreet op het natuurbehoud nu in de afbakening van een Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) van 125.000 ha. Het decreet voorziet dat die 125.000 ha VEN moet worden gezocht in de groengebieden, parkgebieden en agrarische gebieden met ecologische waarde volgens de gewestplannen (zie vorige punt). Het blijft dus voor een stuk wachten op de noodzakelijk gewestplanwijzigingen om meer natuur- en bosgebieden te creëren op de gewestplannen alvorens men tot een afbakening van 125.000 ha VEN kan komen. Daarom werkt men in twee fasen waarbij momenteel de procedure loopt voor de afbakening van een eerste fase van 86.000 ha VEN. Het is echter duidelijk dat echte terreinwinst voor de natuur pas in de tweede fase kan worden geboekt. Eens het VEN afgebakend, zullen dan de nodige maatregelen genomen worden om de natuur en het natuurlijk milieu te behouden, te herstellen en te ontwikkelen. Deze maatregelen kunnen bijvoorbeeld slaan op het bevorderen van een natuurgerichte bosbouw, het herstellen van landschap of het ingrijpen in de waterhuishouding. Het wordt er ook verboden om meststoffen en bestrijdingsmiddelen te gebruiken of er wijzigingen aan te brengen aan de vegetatie.

De afbakening van het VEN en het beheer dat erop zal volgen is een hele stap voorwaarts in het Vlaamse natuurbehoud omdat de totale oppervlakte aan VEN-gebieden veel ruimer is dan de huidige totale oppervlakte aan natuurreservaten. De afbakening van het VEN betekent uiteraard niet dat er geen natuurreservaten meer zullen bestaan. VEN-gebieden zijn vaak in particuliere handen zodat de grondeigenaars nog altijd bereid moeten gevonden worden om een natuurvriendelijk beheer te voeren, terwijl natuurreservaten uitsluitend bestemd zijn voor natuur doordat ze (doorgaans) in eigendom zijn van natuurverenigingen.

Vlaanderen telt momenteel ruim 10.600 ha aan natuurreservaten naast 1.500 ha aan bosreservaten. Procentueel is dat nog geen 1 % van de totale oppervlakte van Vlaanderen (ter vergelijking : in Nederland gaat het om meer dan 6 %). Het merendeel van die natuurreservaten (6.044 ha) zijn in particuliere handen en worden beheerd door de vzw Natuurpunt (de fusie van het vroegere Natuurreservaten vzw en De Wielewaal vzw) of door andere natuurbeherende verenigingen zoals Stichting Limburgs Landschap of het Belgisch Verbond tot Bescherming van de Vogels. Tot de belangrijkste van deze particuliere natuurreservaten behoren De Dode Bemde (Leuven), De Vallei van de Zwarte Beek (Limburg) en de Blankkaart (Diksmuide). Zowel voor de aankoop als voor het beheer kunnen deze natuurverenigingen rekenen op subsidies van het Vlaams Gewest. Het Vlaams Gewest beheert ook zelf natuurreservaten. Momenteel gaat het om 4.573 ha ha, waaronder het Walenbos (Tielt-Winge), het Zwin en de Westhoek.


De Kalmthoutse Heide

Het Hallerbos

Buiten de natuurreservaten en VEN-gebieden, zijn er momenteel nog drie soorten van gebieden die een bijzondere bescherming genieten (doorgaans overlappen ze mekaar en overlappen ze ook met de VEN-gebieden en natuurreservaten) :

  • De vogelrichtlijngebieden of beschermingszones tot het behoud van de Europese vogelstand. In Vlaanderen gaat het om 23 gebieden zoals de Maten in Genk, de westkust in De Panne, het Zwin in Knokke Heist en de Dijlevallei ten zuiden van Leuven. Er gelden strengere normen inzake jacht en bij het afleveren van bepaalde vergunningen. Bedoeling is dat er ook Habitatgebieden worden afgebakend, binnen het kader van een Europees netwerk van natuurgebieden. Momenteel is die afbakening echter nog niet definitief.
  • De watergebieden van internationale betekenis (Ramsargebieden). In Vlaanderen gaat het om 7 gebieden waaronder de Kalmthoutse Heide, De Blankaart in Diksmuide en de Vlaamse banken voor de kust. Ook hier gelden verstrengde normen vergelijkbaar met deze in de vogelrichtlijngebieden.
  • De Regionale Landschappen.
Deze zijn vooral gericht op de bevordering van een streekeigen landschap, natuureducatie en natuurrecreatie zoals de aanleg van wandel- en fietspaden. Vlaanderen telt momenteel 7 Regionale Landschappen waaronder Dijleland, Kempen en Maasland en Zenne, Zuun en Zoniën.

Tot slot vermelden we nog dat het decreet op het natuurbehoud de juridische basis vormt voor de bescherming van dier- en plantensoorten. Zo zijn alle orchideeënsoorten, zonnedauw, de waterlobelia en de grote wolfsklauw volledig beschermd in Vlaanderen. Volledig beschermde dieren zijn ondermeer de roofvogels, vleermuizen en alle in het wild levende reptielen.


De Ronde Zonnedauw

Het Soldaatje

De Moeraswespenorchis

2. Bosbeheer en natuurbehoud

Vlaanderen behoort tot de minst beboste regio’s in Europa. 110.000 ha is bebost, wat slechts 8,3 % is van de totale oppervlakte (het EU-gemiddelde is 24 %). Ruim 75 % van die bossen is in particuliere handen. Omdat in het verleden, bij het bosbeheer al te veel de klemtoon werd gelegd op de houtopbrengst, heeft de Vlaamse overheid door middel van een nieuw bosdecreet van 13 juni 1990, een nieuwe impuls gegeven aan het bosbeleid. Voortaan moeten boseigenaars ook aandacht besteden aan ondermeer de educatieve en ecologische functie van het bos. Dit zijn belangrijke keuzes voor de toekomst, omdat een evenwichtig bosbeheer zowel aandacht moet hebben voor het economische aspect, alsook voor de bostoegankelijkheid, de flora en de fauna.

In de praktijk verloopt dit vernieuwd bosbeheer echter niet zo vlot en beperkt het zich voornamelijk tot de openbare bossen die in handen zijn van de Vlaamse overheid, van gemeenten en provincies. In deze bossen tracht men door middel van bosbeheersplannen naar een meer gevarieerd bos te streven met verschillende streekeigen boomsoorten. Ook tracht men zoveel mogelijk aandacht te besteden aan meerjarigheid van bomen zodat je zowel oudere als jongere bospercelen krijgt. Ook de bostoegankelijkheid wordt geregeld met speciale wandelpaden, paden voor paarden, stiltegebieden waar je niet mag komen etc .. In privébossen is er van duurzaam bosbeheer echter nog niet veel sprake. De voornaamste reden hiervoor is dat het bosbedrijf sterk verlieslatend is geworden, in het bijzonder na de hevige winterstormen van 2000 waarbij massa’s hout de Europese markten hebben overspoeld. Daardoor is het voor boseigenaars weinig lonend om te investeren in hun bossen, en zéker niet in traag groeiende soorten zoals zomereik. Via subsidies door de Vlaamse overheid en de oprichting van bosgroepen (groeperingen van bosbeheerders) wil men hier iets aan doen, maar het blijft de vraag of een meer duurzaam bosbeheer in het verschiet ligt. Ondertussen wachten heel wat boseigenaars met gemengde gevoelens op het lot van hun bossen, wanneer deze mogelijks zullen worden opgenomen in het VEN (zie hoger).

Belangrijk voor de toekomst van de bossen in Vlaanderen is dat het Vlaams gewest een uitbreiding van de bosgebieden op het gewestplan voorziet met 10.000 ha. Daarbij wordt de klemtoon gelegd op nieuwe stadsbossen. Om te vermijden dat bos verdwijnt, voorziet het bosdecreet sinds enkele jaren in een absoluut verbod op ontbossingen waarbij bos wordt gekapt om er bijvoorbeeld weiland van te maken. Dit verbod geldt wel niet in woon- en industriegebieden. Daar kan men nog ontbossen, maar dan moet men elders een nieuw compenserend bos aanplanten of een financiële bosbijdrage betalen van 1,98 euro/m².

3. Verwarring troef

Met de eerste fase van de afbakening van 86.000 ha VEN-gebieden, lijkt een eerste belangrijke stap gezet naar een gebiedsgericht natuurbeleid dat verder reikt dan de grenzen van de natuurreservaten. Op het terrein blijft de verwarring en onduidelijkheid over de maatregelen die zullen genomen worden in de onderscheiden gebieden van het VEN echter groot. Het is dan ook aangewezen dat terzake zo snel mogelijk meer duidelijkheid wordt geschapen.

Bovendien dreigt met de afbakening van het VEN een zoveelste overlapping te ontstaan met andere regelgevingen. Het is dan ook aangewezen dat de VEN-gebieden maximaal worden afgestemd op de speciale beschermingsgebieden (Vogelrichtlijngebieden en Habitatgebieden) om op het veld zo weinig mogelijk verwarring te creëren. Vergeten we immers niet dat ook in andere regelingen zoals de ruimtelijke ordening, het bosdecreet, maar evenzeer in het duinendecreet en de bescherming van landschappen, maatregelen inzake natuurbehoud zijn voorzien. Dit alles maakt van de Vlaamse natuurbescherming een uiterst verwarrend kluwen. Door de bomen het bos niet meer zien is hier wel zéér toepasselijk !

W. Vancleynenbreugel

- Terug Naar Boven -