De geologische tijdschaal.


Tip : Zie onderaan deze pagina voor andere artikels over fossielen.

Hoe oud zijn fossielen ?

Een belangrijk element in de definitie van fossielen is het begrip tijd. De tijdgrens die de overgang van fossiel naar recent organisme bepaalt, ligt op 10.000 jaar. Een fossiel kan , maar moet niet per se uitgestorven zijn. Hoe ouder, hoe groter de kans dat het uitgestorven is. De alleroudste fossielen zijn zowat 3,5 miljard jaar oud. Het waren primitieve, microscopisch kleine organismen, bacteriën die nog geen kern hadden. Na de bacteriën kwamen de primitieve eencelligen, levensvormen met een duidelijk te onderscheiden kern. Onlangs hebben wetenschappers bij de bestudering van Australische gesteenten sporen ontdekt van dergelijke eencelligen die al 2,7 miljard geleden moeten hebben geleefd. Het duurt tot zo'n 650 miljoen jaar geleden alvorens in gesteenten over de hele wereld veelcellige wezens worden aangestoffen. De ware explosie van het leven en de ermee gepaard gaande overvloed aan fossielen met harde skeletdelen dateert uit het Cambrium. Dat gebeurde ongeveer 540 miljoen jaar geleden.

In de enorme tijdspanne van meer dan drie miljard jaar is het leven geëvolueerd tot wat we nu kennen. Door het bestuderen van fossiele levensvormen is het mogelijk geworden die tijdspanne onder te verdelen in verschillende opeenvolgende geologische perioden. Die indeling vormt de Geologische Tijdschaal. Nog niet zolang geleden waren alle ouderdomsbepalingen van gesteenten relatief en gebaseerd op de fossielen die ze bevatten. In de 20e eeuw zijn verschillende methoden ontdekt om de absolute ouderdom van gesteenten (en de fossielen die ze bevatten) te bepalen. De absolute ouderdom is de ouderdom uitgedrukt in miljoenen jaren. De geologische tijdschaal wordt nog voortdurend verfijnd.

De geologie in postkaarten

Kwartair : Het geologisch tijdvak Kwartair is als systeem (of periode) de bovenste onderverdeling van de era Cenozoïcum. Het Kwartair duurde van 2,588 Ma tot heden. Het is onderverdeeld in de series:
  • Holoceen (0,0115 Ma - heden)
  • Pleistoceen (2,588 - 0,0115 Ma)
(Noot : Deze geologische periode is volgens het groene boekje tot 1 augustus 2006 gespeld als: Kwartair, daarna als Quartair. De spellingswijziging in 2006 is echter onder Nederlandstalige geologen niet geaccepteerd, de meeste Nederlandstalige geologen gebruiken dan ook de spelling 'Kwartair' )
Plioceen : Het Plioceen werd benoemd door Charles Lyell en is afgeleid van de Griekse woorden pleion ("meer") en kainos ("nieuw") en betekent ongeveer "voortzetting van de huidige tijd", wat vooral betrekking heeft op de hoeveelheid nog levende molluskensoorten die in het Plioceen van de Middellandse Zee aanwezig zijn.
Het duurde van 5,332 tot 2,588 Ma.
Mioceen : Het Mioceen werd ook benoemd door Charles Lyell. De naam is afgeleid van de Griekse woorden meion ("minder") en kainos ("nieuw") en betekent ongeveer "minder lijkend op de huidige tijd", wat vooral betrekking heeft op de hoeveelheid nog levende molluskensoorten die in het Mioceen van de Middellandse Zee aanwezig zijn: nog maar 18%. Deze periode duurde van 23,03 tot 5,332 Ma. Het Mioceen is als volgt onderverdeeld :
  • Messinien "Messine (Italië)"
  • Tortonien "Tortona (Italië)"
  • Serravallien "Serraval (Italië)"
  • Helvetien "Helvetia = latijnse naam van Zwitserland"
  • Langhien "Langhe (Italië)"
  • Burdigalien "Bordeaux (Frankrijk 33)"
  • Aquitanien "Aquitaine - streek in Frankrijk"
Oligoceen : In het Oligoceen herstelde de flora en fauna zich van de massa-extinctie aan het einde van het Eoceen. Het klimaat begon te lijken op dat van nu. De allereerste hominiden ontstonden in Afrika.
De naam Oligoceen is afgeleid van de Griekse woorden oligos ("weinig") en kainos ("nieuw").
Het Oligoceen duurde van 33,9 tot 23,03 Ma. Het Oligoceen is als volgt onderverdeeld :
  • Chattiaan "Chatte (Frankrijk)"
  • Rupeliaan "Rupel (rivier in België)"
Eoceen : Het geologisch tijdperk Eoceen komt van het Griekse eos ("dageraad"). Het Eoceen was een uitgesproken warme periode. De eerste fase vormde de warmste periode van de afgelopen 100 miljoen jaar. Daarna trad enige temperatuurdaling op, maar tot op een breedtegraad van ongeveer 45 graden heersten er tropische temperaturen.
Pas in het late Eoceen kwam het tot een aanmerkelijke temperatuurdaling en begon de vorming van landijs op Antarctica. Deze klimaatverandering werd vormgegeven door een globale El Niño, die leidde tot een extinctie van 20% van de plant- en diersoorten. Het Eoceen is als volgt onderverdeeld :
  • Priabonien "Priabono (Italië)"
  • Ludien "Ludes, kort bij Reims (Frankrijk)"
  • Auversien "Auvers (Frankrijk 51)"
  • Bartonien "Barton (Hampshire - GB)"
  • Lutetien "Lutèce (= Latijnse naam van Parijs)"
  • Cuisien "Cuise (Frankrijk 60)"
  • Ieperiaan "Ieper (België)"

    Ieper rond 1905 - Algemeen zicht
    (Postkaart - coll. D.Alexandre)
  • Sparnacien "Épernay (Frankrijk 51)"
Paleoceen : tijdens het geologisch tijdperk Paleoceen (palaeos = oud) stierven de laatste dinosaurussen, zoals de Edmontosaurus, uit. Dit staat bekend als de grote massa-extinctie van de Krijt-Tertiair grens. De zoogdieren begonnen zich verder te ontwikkelen in de vrijgekomen niches, er verschenen groepen als primaten, paarden, schubdieren, miereneters, vleermuizen, walvissen, Creodonta en Carnivora. De grootste zoogdieren waren planteneters van ongeveer vier meter lang. De dominante roofdieren waren de vogels. Het Eoceen duurde van 65,5 tot 55 Ma en is als volgt onderverdeeld :
  • Thanétien "Thanet (GB)"
  • Montien "Mons (België)"

    Mons (Bergen) rond 1907 - Het belfort
    (Postkaart - coll. D.Alexandre)

  • Danien "van Denemarken"
Krijt : Het Krijt is een geologisch tijdperk dat duurde van 145,5 tot 65,5 Ma. De Belgische geoloog Omalius d'Halloy stelde in 1822 de term "terrain Crétacé" voor voor lagen van het Parijse bekken. Krijt is de vertaling van die term.
Het Krijt was een periode met een relatief warm klimaat en een hoge zeespiegel. In het water leefden tegenwoordig uitgestorven groepen dieren waaronder zeereptielen, ammonieten en rudisten. Op het land leefden diverse soorten dinosauriërs, tegelijkertijd verschenen veel van de moderne groepen zoogdieren en vogels. Onder de planten verschenen de bedektzadigen (bloemdragende planten). Het Krijt werd afgesloten met de laatste grote massa-extinctie waarbij onder meer de dinosauriërs uitstierven. Het krijt is onderverdeeld in 2 series :

Boven Krijt :
  • Maastrichtiaan "Maastricht (Nederland)"

    Maastricht, St. Pietersberg. Het stratotype bevindt zich achter de ruïne.
    (Postkaart - coll. D.Alexandre)

  • Campanien "Champagne (Streek in Frankrijk)"
  • Santonien "Saintonge (Frankrijk 17)"
  • Coniacien "Cognac (Frankrijk 16)"
  • Turoon "Tourraine (Frankrijk 37)"
  • Cenomaan "Cenomannum (Le Mans - Frankrijk 72)"
Onder Krijt :
  • Albien "Aube (Departement 10 in Frankrijk)"
  • Aptien "Apt (Frankrijk 84)"

    Apt - Horlogetoren
    (Postkaart - coll. D.Alexandre)
  • Barrémien "Barrême (Frankrijk 04)"

    Barrême
    (Reproductie - coll. Noël Delanghe)
  • Hauterivien "Hauterive (Zwitserland)"
  • Valanginien "Valangin (Zwitserland)"
  • Berriasien "Berrias (Frankrijk 07)"
Jura : In 1795 herkende de Duitse geoloog Alexandre von Humbold de lagen van het Jura-gebergte in het noorden van Zwitserland als een aparte eenheid. Hij sprak over Jura-kalkstein. De Fransman Brogniart gebruikte in 1829 voor het eerst de term Jurassique en de Duitser Von Buch gaf er in 1839 voor het eerst een tijdstratigrafische betekenis aan.
De Jura is onderverdeeld in 3 series :

Boven Jura :
  • Tithoniaan
  • Kimmeridgien "Kimmeridge (GB)"
  • Oxfordiaan "Oxford (GB)"

    Oxford rond 1916 - Christchurch
    (Postkaart - coll. D.Alexandre)


    Oxford - (Postkaart - gift van Stijn Goolaerts)

Midden Jura :
  • Calloviaan "Kellaways (GB)"
  • Bathonien "Bath (Somerset - GB)"
  • Bajociaan "Bayeux (Frankrijk 14)"

    Kathedraal van Bayeux.
    (Postkaart verstuurd in 1910 - coll. D.Alexandre)

  • Aaleniaan "Aalen (Duitsland)"
Onder Jura :
  • Toarciaan "Thouars (Frankrijk 79)"

    Thouars - Het kasteel, gebouwd in 1635.
    (Postkaart verstuurd in 1933 - coll. D.Alexandre)

  • Pliensbachien "Pliensbach (Duitsland)"

    Pliensbach Nov. 2001
    (Foto : Noël Delanghe)

  • Sinemuriaan "Semur (Frankrijk 21)"
  • Hettangien "Hettange (Frankrijk 57)"
Trias : De Duitse geoloog Friedrich von Alberti introduceerde deze naam in 1834 voor een lagenpakket met een drievoudige verdeling (Buntsandstein, Muschelkalk en Keuper). De naam Trias betekent "drie-eenheid" en slaat op die drieledige verdeling. In het type-gebied van Zuid-Duitsland zijn die lagen duidelijk herkenbaar, maar weinig fossielrijk
Het Trias is onderverdeeld in 3 series :

Boven Trias :
  • Rhétien "Romeinse provincie in Zwitserland"
  • Norien "Romeinse provincie in Oostenrijk"
  • Carnien "Karintië (Italië)"
Midden Trias :
  • Ladinian
  • Anisian
Onder Trias :
  • Olenekian
  • Induan
Perm : De jongste periode van het Paleozoïcum werd door Murchison zo genoemd naar de Russiche oblast (provincie) Perm. Vanaf de zuidelijke Oeral strekt het gebied zich uit in westelijke richting met als belangrijkste rivier de Kazan. Het einde van het Perm wordt gekenmerkt door het uitsterven van vele groepen.

Perm (Rusland) - Zicht op de stad rond 1900.
(Postkaart - coll. D.Alexandre)

Het Perm is onderverdeeld in 3 series :
  • Lopingian
  • Guadalupian
  • Cisuralian
Carboon : Tijdens het Carboon kwam een einde aan de vorming van het supercontinent Pangea. Het zeeniveau was relatief hoog en grote delen van het tegenwoordige Europa waren bedekt met moerassen. In deze moerassen werden afgestorven plantenresten opgeslagen die een groot deel van de tegenwoordige steenkoolvoorraden op Aarde vormen. Er verschenen veel nieuwe soorten insecten en amfibieën en ook de eerste reptielen en zaadplanten.
Twee Britse geologen, William Conybeare en William Phillips, suggereerden in 1822 de naam Carboniferous (steenkoolhoudend) voor lagen in centraal Engeland. Via het Duits is de naam in het Nederlands terechtgekomen.
Deze periode duurde van 359,2 tot 299,0 miljoen jaar geleden (Ma).
Het Carboon is onderverdeeld in 2 series :

Pennsylvaniaan :
  • Gzheliaan
  • Kazimoviaan
  • Moscovian
  • Bashkiriaan
Mississippiaan :
  • Serpukhoviaan
  • Viseaan (Visé - België)

    Visé 1938 - Albertkanaal en de brug van Kanne
    (Postkaart - coll. D.Alexandre)

  • Tournaisiaan (Tournai - België)

    Doornik - Romeinse brug
    (Postkaart - coll. D.Alexandre)

Devoon : In 1840, nog voor Murchison en Sedgwick ruzieden over de contactzone tussen Cambrium en Siluur, hadden ze gezamelijk de term Devoon voorgesteld voor de gesteenten van Devonshire in Zuidwest-Engeland. De verdere indeling van het Devoon in tijdvakken, gebaseerd op mariene fauna's, is het werk geweest van Duitse, Franse en Belgische geologen in de 19de eeuw. Het Devoon is een periode die duurde van 416,0 tot 359,2 miljoen jaar (Ma) geleden.
Het was een periode met een relatief warm klimaat en hoog zeeniveau. Er werden enorme riffen gevormd in ondiepe zeeën, terwijl op het land de primitieve Silurische planten en insecten zich verder ontwikkelden. De eerste echte bossen ontstonden, waar onder andere de eerste zaadplanten groeiden. In de zee werden de kaakvissen steeds talrijker. De eerste gewervelde landdieren verschenen. Dit waren amfibieën, die zich uit vissen ontwikkelden. Het Devoon is onderverdeeld in 3 series :

Boven Devoon :
  • Famenniaan "Famenne =Streek in België"

    Frasniaan - Famenniaan stratotype (Photo - D.Alexandre 2002)

  • Frasniaan "Frasnes (België)"

    Frasnes (Photo - D.Alexandre 2002)

Midden Devoon :
  • Givetiaan "Givet (Frankrijk 08)"

    Givet, de Maas en de citadel
    (Postkaart - coll. D.Alexandre)

  • Eifeliaan "Eifel (Duitsland)"
Onder Devoon :
  • Emsien "Ems (Duitsland)"
  • Pragiaan "Praag (Tsjechië)"
  • Lochkoviaan "Lochkov - (Tsjechië)"

Suchomasty , Tsjechië - Monument op de plaats van het stratotype tussen het Siluur en het Devoon
(Foto : Willy Moortgat - 2001)

Siluur : In 1835 zo genoemd door Roderick Murchison, naar silures, een Oudkeltische stam die in de Romeinse tijd Zuid-Wales en de Welsh Borderlands bewoonde. Belangrijke gidsfossielen zijn : graptolieten, conodonten, brachiopoden en trilobieten. Bloeitijd van de kaakloze vissen.
Het Siluur is onderverdeeld in 4 series :

  • Pridoli "Pridoli (Tsjechië)"
  • Ludlow "Ludlow (Wales)"

    Ludlow (Postkaart - gift van Andrew "Andy" Cox)

  • Wenlock "Wenlock (Wales)"

    Wenlock Edge (Postkaart - gift van Andrew Cox)

  • Llandovery "Llandovery (Wales)"


Dob's Linn, Scotland - Deze insnijding in het Schotse landschap is internationaal erkend als de grens tussen het Ordovicium en het Siluur. Dit is ook de plaats waar de beroemde paleontoloog Lapworth zijn biostratigrafisch onderzoek aan de hand van graptolieten verrichte.
(Foto : gift from John Shelley Hampton - may 2003)

Ordovicium : Terwijl Sedgwick zijn studie van het gebied Wales begon met de bovenste lagen van het Onder-Paleozoïcum in het noordwesten, onderzocht Roderick Murchison dezelfde streek, beginnende met de onderste lagen in het zuidoosten. Toen later bleek dat hun systemen elkaar overlapten, volgde een hevig dispuut. De controverse die eruit voortvloeide, werd pas 44 jaar later, in 1879, opgelost, toen Charles Lapworth de betwiste overlapping de naam Ordovicium gaf, naar Ordovice, de Keltische stam die het noorden van Wales bewoonde.
De periode duurde van 488,3 tot 443,7 miljoen jaar (Ma) geleden.
Het Ordovicium is onderverdeeld in 3 series :

  • Boven Ordovicium
  • Midden Ordovicium
  • Onder Ordovicium
Cambrium : Zogenoemd naar Cambria, een Oudkeltisch koninkrijk gelegen in het huidige Wales. Men gebruikte reeds de naam "cambrian" voor "iets uit Wales" toen de Britse geoloog Adam Sedgwick in 1835 de naam koos voor een groep gesteenten aldaar. Het Cambrium is de eerste periode waarin dieren met harde skeletdelen voorkwamen.