Plantenfamilies herkennen

Plantenfamilies herkennen op basis van veldkenmerken.

Lut De Broeck

Wanneer je buiten rond kijkt, in wegbermen, bossen, weilanden of in een verloren hoekje… Op elke Hona-tocht, in elke groeve kom je allerhande planten tegen die variëren in kleur, vorm en grootte. Om meer inzicht te krijgen in deze biodiversiteit wordt hieronder een onderzoeksmethode aangereikt waarbij je zuiver op basis van eenvoudig op het veld te herkennen kenmerken kan afleiden tot welke familie een bepaalde plantensoort behoort. We beperken ons hier tot 24 bij ons veel voorkomende families, die gemakkelijk herkenbaar zijn. Door eerst de plantenfamilie te bepalen van een onbekende plant, zal het nadien ook makkelijker worden om de juiste soortnaam te achterhalen na wat opzoekwerk in een plantengids of flora.

Vrijdagavond 7 juni 2013

In juni 2013 gingen we op een vrijdagavond met z’n allen aan de slag. Na een uitleg met powerpoint kon iedereen de theorie aan de praktijk toetsen. Na grondig onderzoek van een heel aantal planten met behulp van het overzicht op de volgende bladzijden en na veel overleg kon elke plant in de juiste familie ondergebracht worden. Er werd vooral gelet op de vorm van de doorsnede van de stengel, de bladstand (verspreid of kruisgewijs tegenoverstaand), de bloaiwijze (hoofdje, scherm, enkelvoudige bloem, eindstandig, schicht, aar…), de symmetrie van de bloem (alzijdig symmetrisch of tweezijdig symmetrisch), de kleur van de bloem, het aantal en de lengte van de meeldraden, het al dan niet behaard zijn van stengel en/of bladeren, of de bloembladeren vergroeid zijn of niet, de vorm van de vruchtjes, of er melksap is…

Van familie tot soort.

Een plant determineren tot op de soort kan daarna perfect met een echt wetenschappelijk naslagwerk zoals bijvoorbeeld de Flora van De Langhe et al. De meeste mensen echter die regelmatig tijdens een tocht een plant op naam willen brengen, werken liever en veel vlotter met een goed geïllustreerde compacte plantengids zoals bijvoorbeeld de ‘Nieuwe bloemengids’ R.Fitter Uitgeverij Tirion Natuur waarbij je vooral de mooie kleurprenten van de hand van Marjorie Blamey zal vergelijken met jouw exemplaar. Deze methode heeft echter zijn beperkingen. Een tussenoplossing hier kan de veldgids ‘Nederlandse flora’ van Henk Eggelte van KNNV zijn. Dit handige boek sluit perfect aan op onze methode om vanuit de plantenfamilie te vertrekken en kan ook vlot op het terrein gebruikt worden. Hier wordt een nieuwe determineermethode gehanteerd die praktisch en snel tot de juiste soort leidt. Het grote voordeel van deze methode is dat kenmerkende verschillen tussen verwante soorten in één oogopslag kunnen worden gevonden. De tekeningen zijn duidelijk maar jammer genoeg niet in kleur.

Tabellen en tekeningen

Hierna wordt op algemene vraag na de praktijkavond het overzicht gepubliceerd van de veldkenmerken per familie waarna een aantal door de auteur gemaakte tekeningen volgen waarop de belangrijkste familiekenmerken zichtbaar zijn. Door veel te kijken naar planten zal het na een tijdje alsmaar vlotter gaan en zoals vaak, geldt ook hier : oefening baart kunst!
Veel plezier ermee!

Lipbloemenfamilie
Kruisbloemenfamilie
- vierkante stengel
- kruisgewijs tegenoverst. bladstand
- tweezijdige lipbloem met 2 korte en 2 lange meeldraden
- vb. witte dovenetel, paarse dovenetel, salie, hondsdraf, marjolein
- rolronde stengel
- verspreide bladstand
- 2 korte en 4 lange meeldraden
- vb. judaspenning, broccoli, rode kool, bloemkool, radijs,
mosterd, koolzaad, herderstasje, ramenas, spruitjes, tuinkers
WindefamilieNachtschadefamilie
- meestal klimplanten
- bladeren verspreid
- open trechtervormige bloemen (wit of roos)
- tegen de klok inwindend
- vb. haagwinde, akkerwinde
- blad gesteeld en verspreid
- 5 aan de voet vergroeide kroonbladeren
- vaak giftig
- vb. zwarte nachtschade, wolfskers, tabak, tomaat, petunia, aardappel, doornappel, bitterzoet, lampionplant
HeidefamilieHelmkruidfamilie
- rode/paarse bloemen
- dwergstruiken met enkelvoudige bladeren
- bloem klokvormig vergroeid
- vb. rododendron, bosbes, veenbes, dopheide, struikheide
- verzameling van veel soorten met o.a. 2-lippige bloemen met spoort, soms halfparasieten
- verspreide bladstand
- vb. leeuwebek, ereprijs, ratelaar, koningskaars, vlasbekje, ogentroost
ComposietenfamilieRuwbladigen
- bloeiwijze in een hoofdje
- samengestelde bloem met buis- en/of lintbloemen
- vb. sla, witloof, distel, andijvie, biggekruid, aster, schorseneer, boerenwormkruid, wilde bertram, kamille, zonnebloem, paardenbloem
- vaak ruw behaard
- bladeren enkelvoudig verspreid
- bloeiwijze is een schicht
- vb. smeerwortel, slangenkruid, vergeet-mij-nietje
SchermbloemenfamilieVlinderbloemenfamilie
- typisch schermbloemige wijze
- witte of gele bloemen
- karakteristieke vruchten
- vb. peen, engelwortel, venkel, selder, dille, peterselie, berenklauw
- karakteristieke bloemvorm
- soms in hoofdjes
- vlinderbloem met brede rechtopstaande vlag, 2 zwaarden en een kiel
- vb. boon, erwt, rode klaver, kleine klaver, gouden regen, robinia
OoievaarsbekfamilieDuizendknoopfamilie
- behaard
- blad diep hartvormig ingesneden
- vrucht eindigend in een lange spitse snavel
- vb. robertskruid, ooievaarsbek, reigersbek, geranium
- vaak op verstoorde plaatsen
- bladeren verspreid
- vliezig tuitje aan de voet van het blad dat een buis rond de stengel vormt
- vb. varkensgras, zuring, rabarber, perzikkruid, boekweit, Japanse duizendknoop
WolfsmelkfamilieHertshooifamilie
- stengel met melksap
- geel/groen
- naakte bloemen in schermbloemachtige bloeiwijze
- vb. wolfsmelk, bingelkruid
- bladeren tegenoverstaand, gaaf, vaak met doorschijnende klierpuntjes
- veel meeldraden
- vaak in bundels
- gele bloemen
- vb. sintjanskruid, hersthooi
KlokjesfamilieGrassenfamilie
- blad enkelvoudig verspreid
- bloemen soms klok- of trechtervormig
- paars, lila, roze bloem
- vb. grasklokje, bergklokje
- monocotiel : parallelnervig blad
- stengel rond vliezig of harrig 'tongetje'
- bloeiwijze: aar
graanvrucht
- vb. straatgras, maïs, tarwe, gerst, rogge, haver
RozenfamilieRanonkelfamilie
- bladeren verspreid, meestal met steunbladeren
- bloemen meestal 5-tallig
- meerzijdig symmetrisch met brede komvormige bloembodem
met op de rand bloembekleedselen en meeldraden gewoonlijk 2-4 x aantal kroonbladeren
- vrucht : grote variatie
bloembodem soms verdikt en gekleurd (rozebottels)
- vb. appel, peer, pruim, kers, roos, braam, spirea, aardbei, vrouwenmantel, pimpernel, ganzerik, nagelkruid, mispel
- bladeren meestal verspreid, vaak handvormig ingesneden of samengesteld
- bloemen in grote verscheidenheid van vorm en kleur
- meerdere vrijstaande vruchtbeginsels, dus meerdere stampers en een uit meerdere delen bestaande vrucht
- aantal meeldraden meer dan 12
- vb. boterbloem, speenkruid, monikskap, akelei, bosrank, dotterbloem, bosanemoon, clematis, ridderspoor
KaasjeskruidfamilieValeriaanfamilie
- meestal behaard
- bladeren handvormig, gelobt tot gedeeld
- 5-tallige bloem
- meerzijdig symmetrisch roos-paars
- kroonbladeren geaderd, uitgeschulpt;
- 5-slippige kelk
- 5 stijlen, veel meeldraden met onderling vergroeide helmdraden 'meeldradenzuil', elke meeldraad vertakt op uiteinde als boomvormig kwastje
- vb. kaasjeskruid, heemst, stokroos
- kruidachtig met tegenoverstaande bladeren
- bloemen ongeveer tweezijdig symmetrisch
- bloemkroon met 5 kroonslippen
- kelk nauwelijks aanwezig
- sterk samengestelde bloeiwijze
- 1 stijl met 3lobbige stempel
- 3 meeldraden (behalve rode spoorbloem:1)
- vb. rode spoorbloem, veldsla,valeriaan
ViooltjesfamilieAnjerfamilie
- bladeren enkelvoudig verspreid gesteeld met steunbl.
- bloemen tweezijdig symmetrisch met 5 kroonbladen (onderste met spoor) en 5 kelkbladeren met aan de voet aanhangsel en 5 meeldraden met
vliezig aanhangsel boven helmknop
- doosvrucht driekleppig
- vb. bos-, akker-, moeras- zink-viooltje...
- bladeren enkelvoudig, gaafrandig, meestal ongesteeld
bijna altijd tegenoverstaand op verdikte stengelknopen
- bloem meerzijdig symmetrisch, meestal 5-tallig, bloem nooit blauw of geel
- meeldraden meestal 10
- bloeiwijze bijscherm
- éénhokkige doosvrucht met centrale zaaddrager
- vb. muur, anjer, dagkoekoeksbloem, hoornbloem
OrchideeënfamilieLeliefamilie
- typisch 2-zijdig symmetrische bloem
- onvertakte stengel met verspreide, enkelvoudige, gave parallelnervige stengelomvattende bladeren
- meeldraden met stijl en stempel vergroeid tot 'stempelzuil' en stuifmeel in 2 stuifmeelklompjes
- vb. mannetjesorchis, brede wespenorchis
- parallelnervig blad met bol, knol of wortelstok
- bloemdek meerzijdig symmetrisch, zesdelig
bloemdekbladeren vrij of deels buisvormig vergroeid
- stijlen 1-3(4)
- meeldraden 6 (dalkruid:4, eenbes:8)
- doosvrucht of bes
- vb. ui, daslook, prei, bieslook, lelie, tulp, hyacint

    plantenfamilies_1
plantenfamilies_2
plantenfamilies_3

plantenfamilies_4

Reacties zijn gesloten.